Ik probeer in mijn blogs jullie een kijkje te geven in mijn leven. Wat me opviel vandaag, was dat mijn laatste drie blogs allemaal over de toetsweek gaan. Dit vond ik wel raar, aangezien ik meestal allerlei inspiraties heb. Bestaat mijn leven dan nu alleen uit toetsweek? Is de enige inspiratie die ik heb de toetsweek? Helaas wel, ja.
Waar ik korte tijd geleden nog zei dat ik me verveelde, wens ik nu dat ik terugkon naar dat moment. Het zalige nietsdoen, het idee dat je niets hoefde, en dat je gewoon de keuze had om niets te doen, ook al betekende dat dat ik me verveelde.
Die heerlijkheid wordt nu keihard de grond in geramd. Denk maar niet dat er tijd is om je te vervelen in een toetsweek. Denk maar niet dat je een momentje van nietsdoen hebt, zo vlak voor de toetsweek. Denk maar niet dat het leven leuk is, want dat is het niet in de toetsweek.
Het allerstomste is dat ik eigenlijk geen tijd heb om een blog te schrijven over dat ik geen tijd heb. Het is grandioos niet eerlijk. Het idee, dat er mensen zijn die maar zeven toetsen hebben, en me dan ook nog uitlachen omdat ik er elf heb.
Het. Is. Niet. Grappig.
Dus, ik schraap de laatste restjes energie en moed maar weer bijeen, om verder te gaan met maatschappijleer. Even tussen haakjes: wat is dat een vreselijk vak, zeg. In één paragraaf staat dat Nederland een democratie, indirecte democraite, representatieve democratie, parlementaire democratie, monarchie, constitutionele monarchie en een gedecentraliseerde eenheidsstaat is, kon de schrijver niet kiezen ofzo? En heb jij wel eens gehoord van de Ostrogorski-paradox? Ik ook niet. Maar dat terzijde.
Ik ga nog maar even aan de slag, met het zoete vooruitzicht in mijn achterhoofd.
Over vijf nachtjes is de nachtmerrie weer over, en ga ik schoenen kopen.
zondag 29 november 2009
donderdag 26 november 2009
Het avontuur is ten eind
Ik heb jullie gisteren deelgenoot gemaakt van mijn spannende reis. Mijn avontuur is ten eind, of pas net begonnen; hangt er vanaf hoe je het bekijkt.
Het is ten eind, als je van alleen leren uitgaat. Ik ben klaar met het leren van M&O. Het is gedaan. Ik heb de vier verplichte hoofdstukken doorgewerkt, en, wonder boven wonder, ik snap het! Ik begrijp wat ik doe, ik ken de formules (en die zijn nog best ingewikkeld: Eindwaarde = termijnkapitaal x (((1 + interestperunage) x ((1 + interestpernuge) ^ aantal termijnen – 1) / interestperunage), vind je ook niet?) en ik kan ze zowaar toepassen. Het avontuur van het leren is over.
Aan de andere kant is het avontuur nu pas begonnen. Nu moet ik laten zien hoe goed ik het ken op de toets. Maandag is de dag van de waarheid, dan zal blijken of het het harde werken beloond wordt. Het is een avontuur om de toets te maken en alles op het goede moment, op de goede manier op te schrijven.
Plus dat ik eigenlijk op dit moment ook nog bezig ben met een race tegen de klok. Ik ben de hele week zo hard bezig geweest met M&O, dat ik de andere tien vakken nog niet heb geleerd. Daar ga ik nu als een gek aan beginnen.
Wens me succes...
Het is ten eind, als je van alleen leren uitgaat. Ik ben klaar met het leren van M&O. Het is gedaan. Ik heb de vier verplichte hoofdstukken doorgewerkt, en, wonder boven wonder, ik snap het! Ik begrijp wat ik doe, ik ken de formules (en die zijn nog best ingewikkeld: Eindwaarde = termijnkapitaal x (((1 + interestperunage) x ((1 + interestpernuge) ^ aantal termijnen – 1) / interestperunage), vind je ook niet?) en ik kan ze zowaar toepassen. Het avontuur van het leren is over.
Aan de andere kant is het avontuur nu pas begonnen. Nu moet ik laten zien hoe goed ik het ken op de toets. Maandag is de dag van de waarheid, dan zal blijken of het het harde werken beloond wordt. Het is een avontuur om de toets te maken en alles op het goede moment, op de goede manier op te schrijven.
Plus dat ik eigenlijk op dit moment ook nog bezig ben met een race tegen de klok. Ik ben de hele week zo hard bezig geweest met M&O, dat ik de andere tien vakken nog niet heb geleerd. Daar ga ik nu als een gek aan beginnen.
Wens me succes...
woensdag 25 november 2009
Het grote avontuur
Ik ben bezig aan een spannend avontuur. Eentje waarvan ik over minstens drie weken pas weet hoe het af gaat lopen. Het is een echt avontuur: je begint er met nieuwe energie aan; je gaat aan de slag; langzaamaan word het spannend; je wordt een beetje moe; maar, als je dan een nieuwe overwinning hebt behaald, voel je de blijheid. Waar ik het over heb? Over het leren van mijn Management en Organisatie (M&O) natuurlijk.
Het zijn vier hoofdstukken, één van de grootste toetsen van de toetsweek. Ik ben niet zo goed in M&O, ik kan keihard leren, maar ik blijf eigenlijk steeds steken op maximaal een 6,7. Deze keer wilde ik dat anders, ik wil een 7,5; minstens.
Kijk, iemand zou deze toets voor mij gaan maken (het was best een mooie deal: ik zijn Engelstoets, en hij mijn M&Otoets), maar deze week bedacht ik mij dat ik het op het examen volgend jaar toch ook echt zelf moet doen.
Dit betekent dat ik erg hard moet leren, wat ik prompt ook doe. Ik ben sinds zondag al bezig met het leren van deze ene toets.
Het eerste hoofdstuk (H. 13) was alleen theorie, maar vanaf het tweede hoofdstuk (H. 14) werd het moeilijker: enkelvoudige interest. Het hoofdstuk erop (H. 15) gaat over samengestelde interest en hoofdstuk nummer vier (H. 16) gaat over renten.
Elke middag sla ik met nieuwe energie mijn boek weer open, en zoek ik de goede bladzij op. Ik ga hard aan de slag om vandaag weer een stuk goed door te hebben. Dan wordt het spannend, want ik snap het niet meer. Nog een keer lezen, langzaam en bedachtzaam. Ik word al een beetje moe. Dan, ineens: ik heb het door! Snel de voorbeeldopgave maken om te checken of ik het wel echt snap. En ja, ik heb het goed gedaan! Een nieuwe overwinning, die ik onmiddelijk deel met mijn beste vriend. Ik voel de blijheid door mijn lichaam springen en er breekt een blije lach door op mijn gezicht.
Ik kan er weer even tegenaan.
De stand van zaken op dit moment: ik heb hoofdstuk 13 samengevat, en dat zal ik binnenkort nog eens doorlezen, hoofdstuk 14 heb ik doorgewerkt en snap ik, hoofdstuk 15 heb ik vandaag doorgewerkt en snap ik wonderbaarlijk genoeg ook, en aan hoofdstuk 16 begin ik morgen.
Het is even doorbikkelen, maar hopelijk is het resultaat er dan ook naar. Met een beetje geluk heb ik misschien wel een 7,5!
Het zijn vier hoofdstukken, één van de grootste toetsen van de toetsweek. Ik ben niet zo goed in M&O, ik kan keihard leren, maar ik blijf eigenlijk steeds steken op maximaal een 6,7. Deze keer wilde ik dat anders, ik wil een 7,5; minstens.
Kijk, iemand zou deze toets voor mij gaan maken (het was best een mooie deal: ik zijn Engelstoets, en hij mijn M&Otoets), maar deze week bedacht ik mij dat ik het op het examen volgend jaar toch ook echt zelf moet doen.
Dit betekent dat ik erg hard moet leren, wat ik prompt ook doe. Ik ben sinds zondag al bezig met het leren van deze ene toets.
Het eerste hoofdstuk (H. 13) was alleen theorie, maar vanaf het tweede hoofdstuk (H. 14) werd het moeilijker: enkelvoudige interest. Het hoofdstuk erop (H. 15) gaat over samengestelde interest en hoofdstuk nummer vier (H. 16) gaat over renten.
Elke middag sla ik met nieuwe energie mijn boek weer open, en zoek ik de goede bladzij op. Ik ga hard aan de slag om vandaag weer een stuk goed door te hebben. Dan wordt het spannend, want ik snap het niet meer. Nog een keer lezen, langzaam en bedachtzaam. Ik word al een beetje moe. Dan, ineens: ik heb het door! Snel de voorbeeldopgave maken om te checken of ik het wel echt snap. En ja, ik heb het goed gedaan! Een nieuwe overwinning, die ik onmiddelijk deel met mijn beste vriend. Ik voel de blijheid door mijn lichaam springen en er breekt een blije lach door op mijn gezicht.
Ik kan er weer even tegenaan.
De stand van zaken op dit moment: ik heb hoofdstuk 13 samengevat, en dat zal ik binnenkort nog eens doorlezen, hoofdstuk 14 heb ik doorgewerkt en snap ik, hoofdstuk 15 heb ik vandaag doorgewerkt en snap ik wonderbaarlijk genoeg ook, en aan hoofdstuk 16 begin ik morgen.
Het is even doorbikkelen, maar hopelijk is het resultaat er dan ook naar. Met een beetje geluk heb ik misschien wel een 7,5!
zaterdag 21 november 2009
Nieuwe beste vriend
Mensen, ik heb een nieuwe beste vriend opgedaan: het woordenboek Nederlands. Degene die ooit het woordenboek heeft bedacht is geniaal.
Je kan er alle woorden in opzoeken, zoals ‘vervellen’ of ‘vervelen’. Als je eigenlijk al jaren heel blij in de bijbel leest dat God in Zijn luister troont, maar eigenlijk niet weet wat ‘luister’ is, kan je dat gewoon opzoeken. Op deze manier zul je nooit meer in het duister tasten naar de betekenis van een woord. Pak het woordenboek, en je kunt het opzoeken!
Je kunt er ook allemaal kennis in opdoen van woorden waarvan je niet eens wist dat ze bestonden! Wist jij dat het woord ‘concaaf’ bestond? Het betekent: holrond. Nu weet ik alleen niet wat dat betekent, maar dat zoek ik gewoon op. Holrond betekent: rond ingebogen; concaaf. Is het niet geweldig?
Je kunt zelfs een spel doen met het woordenboek!
Je hebt nodig: twee of meer spelers; woordenboeken, afhankelijk van het aantal spelers; een spelleider en chocoladepepernoten.
Zo gaat het: de spelleider verzint een woord, bijvoorbeeld ‘plano’. Als de spelleider “Start!” zegt, zoeken alle personen zo snel mogelijk het woord op. Degene die het woord als eerst heeft, krijgt een chocoladepepernoot.
Maar weet je wat ik het mooiste van het woordenboek vind? Zelfs het woord ‘woordenboek’ staat erin! Oh, wacht even, dat zeg ik nu wel heel blij, maar dat moet ik eerst nog even opzoeken... Het staat erin! Het staat erin! Woordenboek: boek met woorden en hun betekenissen in een bep. volgorde. Hoe geniaal is dat?
“Ik zoek even in het woordenboek op, wat het woord woordenboek betekent.”
Ik heb mijn nieuwe beste vriend gevonden, en hij heet Woordenboek.
Ps. Voordat ik allemaal berichtjes krijg met inhouden als: 'en ik dan?': ik heb een paar ubergeweldige natuurlijke vrienden, en zonder hen kan ik natuurlijk helemaal niet! Zij zijn nog geweldiger dan Woordenboek, maar zeg dat maar niet te hard, dan voelt hij zich achtergesteld...
Je kan er alle woorden in opzoeken, zoals ‘vervellen’ of ‘vervelen’. Als je eigenlijk al jaren heel blij in de bijbel leest dat God in Zijn luister troont, maar eigenlijk niet weet wat ‘luister’ is, kan je dat gewoon opzoeken. Op deze manier zul je nooit meer in het duister tasten naar de betekenis van een woord. Pak het woordenboek, en je kunt het opzoeken!
Je kunt er ook allemaal kennis in opdoen van woorden waarvan je niet eens wist dat ze bestonden! Wist jij dat het woord ‘concaaf’ bestond? Het betekent: holrond. Nu weet ik alleen niet wat dat betekent, maar dat zoek ik gewoon op. Holrond betekent: rond ingebogen; concaaf. Is het niet geweldig?
Je kunt zelfs een spel doen met het woordenboek!
Je hebt nodig: twee of meer spelers; woordenboeken, afhankelijk van het aantal spelers; een spelleider en chocoladepepernoten.
Zo gaat het: de spelleider verzint een woord, bijvoorbeeld ‘plano’. Als de spelleider “Start!” zegt, zoeken alle personen zo snel mogelijk het woord op. Degene die het woord als eerst heeft, krijgt een chocoladepepernoot.
Maar weet je wat ik het mooiste van het woordenboek vind? Zelfs het woord ‘woordenboek’ staat erin! Oh, wacht even, dat zeg ik nu wel heel blij, maar dat moet ik eerst nog even opzoeken... Het staat erin! Het staat erin! Woordenboek: boek met woorden en hun betekenissen in een bep. volgorde. Hoe geniaal is dat?
“Ik zoek even in het woordenboek op, wat het woord woordenboek betekent.”
Ik heb mijn nieuwe beste vriend gevonden, en hij heet Woordenboek.
Ps. Voordat ik allemaal berichtjes krijg met inhouden als: 'en ik dan?': ik heb een paar ubergeweldige natuurlijke vrienden, en zonder hen kan ik natuurlijk helemaal niet! Zij zijn nog geweldiger dan Woordenboek, maar zeg dat maar niet te hard, dan voelt hij zich achtergesteld...
donderdag 19 november 2009
Oh vreugde!
De toetsweek komt er weer aan, over iets meer dan een week begint het feest. Hoewel dit voor een enkele leerling één en al grote vreugde betekent, ik hou er niet zo van. Je moet gaan leren, het kost je tijd, en dan maar hard hopen dat alles goed gaat.
Eigenlijk begint het gedoe nu al.
Ik ben nu al bezig met bedenken hoe en wanneer ik ging leren. Ik wilde eigenlijk een planning maken, voor wat ik wanneer ging leren. Hier heb ik maar vanaf gezien, aangezien ik me er toch nooit aan houd en het dus toch niet werkt.
Ik ben wel al aan de voorbereidingen begonnen. Hier valt bijvoorbeeld aantekeningen overtypen onder. Ik ben begonnen met geschiedenis en zie het nu al niet meer zitten. In drie avonden heb ik zestien A4'tjes aan aantekeningen overgetypt.
Ook zie ik niet hoe ik al die theorie van al die vakken in mijn hoofd moet krijgen. Ik heb elf toetsen (ik weet het, ik weet het, er zijn mensen die het zwaarder hebben), en de toetsen bestaan uit gemiddeld 2,45 hoofdstukken, en die 27 hoofdstukken moeten dus allemaal maar opgenomen worden door mijn brein.
Na de week van voorbereiding komt de week van het echte leren. Dat is helemaal niks, ik ben dan gewoon een week lang een soort kluizelaar (I love PlukvandePetteflet), kom alleen van mijn kamer om wat te eten, en ga dan weer verder met leren.
Na de kluizelaarweek, komt het erop aan. Dan moet je laten zien hoe goed je alles kan onthouden, dan moet je presteren. Het is hard werken. Als je geen toets maakt, leer je voor de volgende, als je dat niet doet, ben je een toets aan het maken.
Als je nu denkt dat je er bent, heb je het fout. Nu komt het zenuwslopende wachten. Het wachten op je cijfers. Hopen dat je die ene toets toch beter hebt gemaakt dan je denkt, hopen dat je weer een negen hebt voor wiskunde of hard hopen dat je Management&Organisatiecijfer minder laag uitvalt dan de vorige keer. Deze weken zijn eigenlijk nog erger dan de bovengenoemde drie.
Jongens, het is bijna toetsweek. Ik heb er zin in.
Eigenlijk begint het gedoe nu al.
Ik ben nu al bezig met bedenken hoe en wanneer ik ging leren. Ik wilde eigenlijk een planning maken, voor wat ik wanneer ging leren. Hier heb ik maar vanaf gezien, aangezien ik me er toch nooit aan houd en het dus toch niet werkt.
Ik ben wel al aan de voorbereidingen begonnen. Hier valt bijvoorbeeld aantekeningen overtypen onder. Ik ben begonnen met geschiedenis en zie het nu al niet meer zitten. In drie avonden heb ik zestien A4'tjes aan aantekeningen overgetypt.
Ook zie ik niet hoe ik al die theorie van al die vakken in mijn hoofd moet krijgen. Ik heb elf toetsen (ik weet het, ik weet het, er zijn mensen die het zwaarder hebben), en de toetsen bestaan uit gemiddeld 2,45 hoofdstukken, en die 27 hoofdstukken moeten dus allemaal maar opgenomen worden door mijn brein.
Na de week van voorbereiding komt de week van het echte leren. Dat is helemaal niks, ik ben dan gewoon een week lang een soort kluizelaar (I love PlukvandePetteflet), kom alleen van mijn kamer om wat te eten, en ga dan weer verder met leren.
Na de kluizelaarweek, komt het erop aan. Dan moet je laten zien hoe goed je alles kan onthouden, dan moet je presteren. Het is hard werken. Als je geen toets maakt, leer je voor de volgende, als je dat niet doet, ben je een toets aan het maken.
Als je nu denkt dat je er bent, heb je het fout. Nu komt het zenuwslopende wachten. Het wachten op je cijfers. Hopen dat je die ene toets toch beter hebt gemaakt dan je denkt, hopen dat je weer een negen hebt voor wiskunde of hard hopen dat je Management&Organisatiecijfer minder laag uitvalt dan de vorige keer. Deze weken zijn eigenlijk nog erger dan de bovengenoemde drie.
Jongens, het is bijna toetsweek. Ik heb er zin in.
dinsdag 17 november 2009
“Ik wil graag bedanken ...”
Hoe snel ben jij klaar als je een toespraakje zou mogen maken, om mensen te bedanken?
Zou “Ik wil graag God bedanken.” eigenlijk niet genoeg moeten zijn?
Is het niet God die je elke dag een nieuwe dag geeft?
Is het niet God die je je vrienden naast je geeft?
Is het niet God die je de prachtige wereld om je heen geeft?
Is het niet God die je je talenten heeft gegeven?
Is het niet God die je de mogelijkheden geeft je talenten te gebruiken?
Is het niet God die je altijd bijstaat, met wat je ook doet?
Is het niet God die je in jouw gezin heeft geplaatst?
Is het niet God die je helpt de juiste keuzes te maken?
Is het niet God die je wijsheid geeft?
Is het niet God die je elke dag opnieuw nieuwe kracht geeft?
Is het niet God die je elke dag opnieuw zegent?
Is het niet God die je de woorden in je mond geeft?
Is het niet God die je de keuze geeft om eeuwig leven te hebben?
Is het niet God die je – door zijn dood – alles gegeven heeft?
Is het niet God die je zijn liefde elke dag opnieuw geeft?
Is het niet God die onze hoogste prioriteit zou moeten zijn?
Is het niet God die je al die dingen geeft om voor te danken? Want is het niet God die boven alles staat?
Zou “Ik wil graag God bedanken.” eigenlijk niet genoeg moeten zijn?
Is het niet God die je elke dag een nieuwe dag geeft?
Is het niet God die je je vrienden naast je geeft?
Is het niet God die je de prachtige wereld om je heen geeft?
Is het niet God die je je talenten heeft gegeven?
Is het niet God die je de mogelijkheden geeft je talenten te gebruiken?
Is het niet God die je altijd bijstaat, met wat je ook doet?
Is het niet God die je in jouw gezin heeft geplaatst?
Is het niet God die je helpt de juiste keuzes te maken?
Is het niet God die je wijsheid geeft?
Is het niet God die je elke dag opnieuw nieuwe kracht geeft?
Is het niet God die je elke dag opnieuw zegent?
Is het niet God die je de woorden in je mond geeft?
Is het niet God die je de keuze geeft om eeuwig leven te hebben?
Is het niet God die je – door zijn dood – alles gegeven heeft?
Is het niet God die je zijn liefde elke dag opnieuw geeft?
Is het niet God die onze hoogste prioriteit zou moeten zijn?
Is het niet God die je al die dingen geeft om voor te danken? Want is het niet God die boven alles staat?
Ik hou van Kitkat!
"Ik hou van Kitkat!" Het is niet mijn uitspraak, maar die van mijn grote zus. Ik heb het wel eens over mijn kleine zusjes, maar ik bedacht me daarstraks dat jullie helemaal niet weten dat ik ook nog een grote zus heb. Dus: ik heb ook nog een grote zus!
Ze is anderhalf jaar - min twee dagen - ouder dan ik. En ze is heel lief.
Het is een typische grote zus, eens in de zoveel tijd probeert ze mijn moeder te zijn - wat nooit werkt, natuurlijk -, maar als het nodig is, kan ze vreselijk gevaarlijk worden.
Ik weet nog een keertje dat zij in de tweede zat, en ik dus in groep acht. Wat meiden uit haar klas organiseerden een vossenjacht, en hadden aan mij gevraagd of ik een vos wilde zijn; wat ik geen probleem vond. Toen we na de jacht terugliepen naar het huis van één van die meisjes, had een jongen uit mijn zus' klas commentaar op hoe ik eruit zag (wat wil je, ik was net vos geweest). Die heeft gewenst dat hij niets had gezegd. Wat volgde was een ontploffing van mijn zus over dat hij zijn mond moest houden en er niet over moest denken om ook maar een beetje commentaar op mij te hebben. Geweldig.
Grote zussen zijn heel fijn, je kan met ze lachen, ruzie met ze maken, maar als het nodig is, zijn ze er altijd voor je.
Als ik eerlijk ben, kijk ik tegen haar op. Ze kan vreselijk goed zingen, en is belachelijk goed in Engels. Ze heeft een hele leuke smaak en ze is - op haar ochtendhumeur na dan - een zonnestraaltje in mijn leven.
Ze is anderhalf jaar - min twee dagen - ouder dan ik. En ze is heel lief.
Het is een typische grote zus, eens in de zoveel tijd probeert ze mijn moeder te zijn - wat nooit werkt, natuurlijk -, maar als het nodig is, kan ze vreselijk gevaarlijk worden.
Ik weet nog een keertje dat zij in de tweede zat, en ik dus in groep acht. Wat meiden uit haar klas organiseerden een vossenjacht, en hadden aan mij gevraagd of ik een vos wilde zijn; wat ik geen probleem vond. Toen we na de jacht terugliepen naar het huis van één van die meisjes, had een jongen uit mijn zus' klas commentaar op hoe ik eruit zag (wat wil je, ik was net vos geweest). Die heeft gewenst dat hij niets had gezegd. Wat volgde was een ontploffing van mijn zus over dat hij zijn mond moest houden en er niet over moest denken om ook maar een beetje commentaar op mij te hebben. Geweldig.
Grote zussen zijn heel fijn, je kan met ze lachen, ruzie met ze maken, maar als het nodig is, zijn ze er altijd voor je.
Als ik eerlijk ben, kijk ik tegen haar op. Ze kan vreselijk goed zingen, en is belachelijk goed in Engels. Ze heeft een hele leuke smaak en ze is - op haar ochtendhumeur na dan - een zonnestraaltje in mijn leven.
maandag 16 november 2009
En nog verveel ik me...
Ik heb mijn economie én mijn frans af, ik heb een aflevering Kleine Huis op de Prairie gekeken en mijn tanden gepoetst.
En nog verveel ik me.
Dit maakt dat ik mij af ga vragen wat verveling bij mij nou eigenlijk is. Ik kan me vervelen als ik niet weet wat ik moet doen, maar als iemand me dan komt vertellen wat ik allemaal kan doen, heb ik meestal toch geen zin om iets van dat lijstje te gaan doen. Verveling is dus eigenlijk meer het nergens zin in hebben, dan het niet weten wat je moet doen.
Eens kijken wat er in het woordenboek staat... Vermoeid, verslaggever, vertrouwenspositie... Ah, daar staat het. Vervelen volgens het woordenboek: ‘huid verwisselen’. Ehm. Grapje, dat is Vervellen. Verveling volgens het woordenboek: ‘zich vervelen’, daar heb ik wat aan. Wat is dan Vervelen? ‘Het onaangenaam zijn of worden. Zich met de tijd geen raad weten.’ Daar kan ik wat mee.
Ik weet me met mijn tijd geen raad. Ik was vroeg klaar met mijn huiswerk, en weet nu van gekheid niet wat ik met al die overige tijd aanmoet. Dat zegt dan ook wel weer wat. Ik heb het over het algemeen dus zo druk, dat ik geen tijd over heb. En als ik dan tijd over heb, weet ik niet wat ik met die tijd moet.
Wat heb ik dan liever? Heel veel huiswerk of vervelen?
Vervelen is niet eens zo vreselijk, als er maar iemand terug zou mailen, want dan kon ik diegene weer terugmailen. Maar technisch gezien verveel ik me dan niet meer, omdat ik dan dus weet wat ik met mijn tijd aanmoet.
Maar veel huiswerk is ook niet alles. Helemaal niks eigenlijk. De hele tijd met je hoofd in een saai boek is niet zo fijn, en helemaal niet als je hoofd daarna als een pluk watten voelt door al die opgenomen informatie.
Doe dan toch maar vervelen. En dan het liefst met iemand die terugmailt.
En nog verveel ik me.
Dit maakt dat ik mij af ga vragen wat verveling bij mij nou eigenlijk is. Ik kan me vervelen als ik niet weet wat ik moet doen, maar als iemand me dan komt vertellen wat ik allemaal kan doen, heb ik meestal toch geen zin om iets van dat lijstje te gaan doen. Verveling is dus eigenlijk meer het nergens zin in hebben, dan het niet weten wat je moet doen.
Eens kijken wat er in het woordenboek staat... Vermoeid, verslaggever, vertrouwenspositie... Ah, daar staat het. Vervelen volgens het woordenboek: ‘huid verwisselen’. Ehm. Grapje, dat is Vervellen. Verveling volgens het woordenboek: ‘zich vervelen’, daar heb ik wat aan. Wat is dan Vervelen? ‘Het onaangenaam zijn of worden. Zich met de tijd geen raad weten.’ Daar kan ik wat mee.
Ik weet me met mijn tijd geen raad. Ik was vroeg klaar met mijn huiswerk, en weet nu van gekheid niet wat ik met al die overige tijd aanmoet. Dat zegt dan ook wel weer wat. Ik heb het over het algemeen dus zo druk, dat ik geen tijd over heb. En als ik dan tijd over heb, weet ik niet wat ik met die tijd moet.
Wat heb ik dan liever? Heel veel huiswerk of vervelen?
Vervelen is niet eens zo vreselijk, als er maar iemand terug zou mailen, want dan kon ik diegene weer terugmailen. Maar technisch gezien verveel ik me dan niet meer, omdat ik dan dus weet wat ik met mijn tijd aanmoet.
Maar veel huiswerk is ook niet alles. Helemaal niks eigenlijk. De hele tijd met je hoofd in een saai boek is niet zo fijn, en helemaal niet als je hoofd daarna als een pluk watten voelt door al die opgenomen informatie.
Doe dan toch maar vervelen. En dan het liefst met iemand die terugmailt.
Verveling heerst
Verveling heerst. En hoe.
Het is eigenlijk gedwongen verveling. Het is of vervelen, of huiswerk maken, en laat ik nou absoluut geen zin in mijn huiswerk hebben. Ik kies dus voor vervelen.
Het resultaat is dat is zo’n tien keer per minuut kijk of ik mail heb, al drie keer op dezelfde sites heb gekeken, en dat ik nu van pure ellende maar probeer een blog te schrijven.
Het leven van een scholier valt ook niet mee.
Kijk, ik kan nu wel een hilarische blog gaan schrijven, maar dan treden er een paar problemen op.
Allereerst, ik ben niet in een hilarische bui. Ondanks dat ik soms nog wel een gekke bui krijg van verveling, vandaag niet. Vervolgens kom zo ook geen steek verder met mijn huiswerk, wat niet zo handig is, aangezien ik het toch echt voor morgen af moet hebben. En ten slotte: ik ben op dit moment, diep vanbinnen, meer melig, en – vertrouw me- je wil geen melige blog. Dat is namelijk niet grappig.
Heeft tot gevolg dat ik diep ademhaal, mijn rug recht, de allerlaatste restjes moed bij elkaar schraap – hoop dat het genoeg is – en begin aan mijn huiswerk.
Morgen ofzo.
Het is eigenlijk gedwongen verveling. Het is of vervelen, of huiswerk maken, en laat ik nou absoluut geen zin in mijn huiswerk hebben. Ik kies dus voor vervelen.
Het resultaat is dat is zo’n tien keer per minuut kijk of ik mail heb, al drie keer op dezelfde sites heb gekeken, en dat ik nu van pure ellende maar probeer een blog te schrijven.
Het leven van een scholier valt ook niet mee.
Kijk, ik kan nu wel een hilarische blog gaan schrijven, maar dan treden er een paar problemen op.
Allereerst, ik ben niet in een hilarische bui. Ondanks dat ik soms nog wel een gekke bui krijg van verveling, vandaag niet. Vervolgens kom zo ook geen steek verder met mijn huiswerk, wat niet zo handig is, aangezien ik het toch echt voor morgen af moet hebben. En ten slotte: ik ben op dit moment, diep vanbinnen, meer melig, en – vertrouw me- je wil geen melige blog. Dat is namelijk niet grappig.
Heeft tot gevolg dat ik diep ademhaal, mijn rug recht, de allerlaatste restjes moed bij elkaar schraap – hoop dat het genoeg is – en begin aan mijn huiswerk.
Morgen ofzo.
zondag 15 november 2009
Gesmolten chocola, gesmolten hart
Hierbij een waarschuwing aan iedereen: als je hart in zijn huidige staat je lief is, zorg er dan voor dat je nooit kleine zusjes krijgt (of broertjes, maar daar heb ik geen ervaring mee). Kleine zusjes laten je hart smelten als chocola in de magnetron.
Vanmorgen bijvoorbeeld, mijn oudste kleine zusje (of de eerste van de tweede lichting, net wat je wil) wilde met alle macht naast mij zitten in de auto. Toen we zaten legde ze uit waarom: "Ik wil gewoon heel dicht bij je zijn, omdat ik je zo lief vindt." Zeg nou zelf.
Of als mijn allerjongste zusje aan komt rennen als ik thuis kom van een lange dag school. Dan krijg ik 'de allerdikste knuffel die ze heeft'. En ja hoor, daar smelt ik weer wat meer, elke keer opnieuw.
Ik kan zo van ze genieten, van hun vrolijke lach als ik ze kietel, van het zingen voor het slapengaan, van die twee kleine lijfjes tegen me aan als ik voorlees of van het showen van hun mooie kleren elke zondagmorgen. Kortom, ze zijn geweldig en ik hou meer van ze dan eigenlijk in mijn (halfgesmolten) hart past.
Natuurlijk zijn er momenten dat ik ze het liefst met een stuk tape over hun mond in de gang opsluit. Natuurlijk zijn er momenten dat ik ze vreselijk zat ben. Natuurlijk zijn we niet altijd de beste vrienden.
En toch wegen deze momenten absoluut niet op tegen alle geweldige, vertederende momenten.
Ze laten mijn hart smelten als chocola, want ze zijn het meest waardevolle in de wereld: Kleine Zusjes.
Vanmorgen bijvoorbeeld, mijn oudste kleine zusje (of de eerste van de tweede lichting, net wat je wil) wilde met alle macht naast mij zitten in de auto. Toen we zaten legde ze uit waarom: "Ik wil gewoon heel dicht bij je zijn, omdat ik je zo lief vindt." Zeg nou zelf.
Of als mijn allerjongste zusje aan komt rennen als ik thuis kom van een lange dag school. Dan krijg ik 'de allerdikste knuffel die ze heeft'. En ja hoor, daar smelt ik weer wat meer, elke keer opnieuw.
Ik kan zo van ze genieten, van hun vrolijke lach als ik ze kietel, van het zingen voor het slapengaan, van die twee kleine lijfjes tegen me aan als ik voorlees of van het showen van hun mooie kleren elke zondagmorgen. Kortom, ze zijn geweldig en ik hou meer van ze dan eigenlijk in mijn (halfgesmolten) hart past.
Natuurlijk zijn er momenten dat ik ze het liefst met een stuk tape over hun mond in de gang opsluit. Natuurlijk zijn er momenten dat ik ze vreselijk zat ben. Natuurlijk zijn we niet altijd de beste vrienden.
En toch wegen deze momenten absoluut niet op tegen alle geweldige, vertederende momenten.
Ze laten mijn hart smelten als chocola, want ze zijn het meest waardevolle in de wereld: Kleine Zusjes.
woensdag 11 november 2009
Stil
Ik word stil als ik denk aan een Liefde, die nog groter is dan ik mij ooit zou kunnen voorstellen.
Ik word stil als ik denk aan een eeuwig durende genade.
Ik word stil als ik denk aan mijn vrijheid, doordat Iemand mijn straf op zich heeft genomen.
Ik word stil als ik denk aan het moment dat de aarde schudde, en de weg naar het eeuwige leven werd vrijgemaakt.
Ik word stil als ik denk aan de mogelijkheid dat Iemand onvoorwaardelijk van mij houdt, ondanks al mijn fouten.
Ik word stil als ik denk aan de pijn die Iemand gedragen heeft om mij.
Ik word stil als ik denk aan de keuze die Iemand ooit maakte, om de heerlijkheid op te geven en af te dalen naar de aarde.
Ik word stil als ik denk aan de belofte dat ik nooit alleen zal zijn.
Ik word stil als ik denk aan de heerlijkheid die ik tegemoet ga.
Ik word stil als ik denk aan mijn God, mijn Vader, die mij nooit alleen zal laten, die altijd voor mij zorgt. Hij die voor mij aan het kruis gegaan is, zodat ik het eeuwige leven zou hebben. Hij die zoveel pijn heeft verdragen, omwille van mij.
Waar ik normaal mijn mond niet kan houden, word ik nu stil. Stil voor mijn God.
Ik word stil als ik denk aan een eeuwig durende genade.
Ik word stil als ik denk aan mijn vrijheid, doordat Iemand mijn straf op zich heeft genomen.
Ik word stil als ik denk aan het moment dat de aarde schudde, en de weg naar het eeuwige leven werd vrijgemaakt.
Ik word stil als ik denk aan de mogelijkheid dat Iemand onvoorwaardelijk van mij houdt, ondanks al mijn fouten.
Ik word stil als ik denk aan de pijn die Iemand gedragen heeft om mij.
Ik word stil als ik denk aan de keuze die Iemand ooit maakte, om de heerlijkheid op te geven en af te dalen naar de aarde.
Ik word stil als ik denk aan de belofte dat ik nooit alleen zal zijn.
Ik word stil als ik denk aan de heerlijkheid die ik tegemoet ga.
Ik word stil als ik denk aan mijn God, mijn Vader, die mij nooit alleen zal laten, die altijd voor mij zorgt. Hij die voor mij aan het kruis gegaan is, zodat ik het eeuwige leven zou hebben. Hij die zoveel pijn heeft verdragen, omwille van mij.
Waar ik normaal mijn mond niet kan houden, word ik nu stil. Stil voor mijn God.
dinsdag 10 november 2009
Je bent goed zoals je doet!
Ik ben een beetje een perfectionistje. Dat is heel lastig, zeker als je veel huiswerk en weinig tijd hebt. Misschien ken je het wel: opdrachten die eigenlijk alijd nèt niet goed genoeg zijn, ook al moet je ze inleveren. Dat heb ik vooral erg met Tekenen; ik ben nooit echt tevreden over mijn tekeningen, maar mijn perfectionisme levert me wel veel stress op.
Gisteren had ik het over m'n perfectionisme met mijn beste vriend (jup, dat is dezelfde als die van Gewenste mail..:D). Hij zei iets over dat je blij mag zijn met jezelf en dat je moet begrijpen dat je goed ben zoals je bent.
Dit zette me aan het denken. Is mijn perfectionisme niet omdat ik mezelf anders niet goed genoeg vind? Is het niet omdat het anders voelt alsof ik faalde voor de opdracht, omdat het nog wel ietsje beter kon in mijn ogen? Op allebei deze vragen kon ik eigenlijk 'Ja' antwoorden, al was het wel voorzichtig.
Dit betekent echt niet dat ik gelijk één of ander minderwaardigheidscomplex of faalangst ofzoiets heb, ik leg de lat gewoon veel te hoog. Ik eis te veel van mezelf, omdat ik anders denk dat mensen teleurgesteld in me zullen zijn. Ik ben bang dat ik ze tegenval, omdat ik een tiende lager heb.
Het stomme is dat ik dit echt geloof, ook al slaat het helemaal nergens op. Mensen zullen echt niet minder van me houden omdat ik een iets lager cijfer heb. En wie zegt eigenlijk dat mijn cijfers lager zullen zijn, als ik er minder krampachtig perfectionistisch over zou doen?
Ik denk gewoon dat ik goede en heel hoge cijfers moet halen, eer mensen echt blij met me zijn. Dat ik, wanneer ik één keer een goed cijfer heb gehaald, altijd goede cijfers moet halen, omdat mensen anders teleurgesteld worden, omdat ik het toch niet zou kunnen. Dit is eigenlijk gewoon de grootst mogelijke onzin die er bestaat. Mensen zullen niet teleurgesteld zijn, gewoon omdat ik niet zo hoog haal als ik zou moeten, in mijn eigen ogen. Want dat is het eigenlijk, het is alleen in mijn eigen ogen zo. Mensen om me heen zien het verschil tussen een tekening die voldoet aan mijn perfectionistische eisen en eentje die gewoon goed is, meestal niet eens echt.
Ik denk dat ik vooral mezelf moet accepteren, gewoon zoals ik ben. Ik moet me gewoon gaan realiseren dat ik echt niet minder ben als dingen niet compleet perfectionistisch zijn. Ik ben goed zoals ik ben, ik hoef niet zulke hoge eisen te stellen. Ik ga het proberen. Wie doet er mee?
ps. De titeluitspraak is niet van mijzelf, die is van mijn geweldige beste vriend:) Maar hij heeft heel erg gelijk:D!
Gisteren had ik het over m'n perfectionisme met mijn beste vriend (jup, dat is dezelfde als die van Gewenste mail..:D). Hij zei iets over dat je blij mag zijn met jezelf en dat je moet begrijpen dat je goed ben zoals je bent.
Dit zette me aan het denken. Is mijn perfectionisme niet omdat ik mezelf anders niet goed genoeg vind? Is het niet omdat het anders voelt alsof ik faalde voor de opdracht, omdat het nog wel ietsje beter kon in mijn ogen? Op allebei deze vragen kon ik eigenlijk 'Ja' antwoorden, al was het wel voorzichtig.
Dit betekent echt niet dat ik gelijk één of ander minderwaardigheidscomplex of faalangst ofzoiets heb, ik leg de lat gewoon veel te hoog. Ik eis te veel van mezelf, omdat ik anders denk dat mensen teleurgesteld in me zullen zijn. Ik ben bang dat ik ze tegenval, omdat ik een tiende lager heb.
Het stomme is dat ik dit echt geloof, ook al slaat het helemaal nergens op. Mensen zullen echt niet minder van me houden omdat ik een iets lager cijfer heb. En wie zegt eigenlijk dat mijn cijfers lager zullen zijn, als ik er minder krampachtig perfectionistisch over zou doen?
Ik denk gewoon dat ik goede en heel hoge cijfers moet halen, eer mensen echt blij met me zijn. Dat ik, wanneer ik één keer een goed cijfer heb gehaald, altijd goede cijfers moet halen, omdat mensen anders teleurgesteld worden, omdat ik het toch niet zou kunnen. Dit is eigenlijk gewoon de grootst mogelijke onzin die er bestaat. Mensen zullen niet teleurgesteld zijn, gewoon omdat ik niet zo hoog haal als ik zou moeten, in mijn eigen ogen. Want dat is het eigenlijk, het is alleen in mijn eigen ogen zo. Mensen om me heen zien het verschil tussen een tekening die voldoet aan mijn perfectionistische eisen en eentje die gewoon goed is, meestal niet eens echt.
Ik denk dat ik vooral mezelf moet accepteren, gewoon zoals ik ben. Ik moet me gewoon gaan realiseren dat ik echt niet minder ben als dingen niet compleet perfectionistisch zijn. Ik ben goed zoals ik ben, ik hoef niet zulke hoge eisen te stellen. Ik ga het proberen. Wie doet er mee?
ps. De titeluitspraak is niet van mijzelf, die is van mijn geweldige beste vriend:) Maar hij heeft heel erg gelijk:D!
maandag 9 november 2009
Sjalommen
Misschien is de oplettende lezer opgevallen: minstens twee keer gebruik ik het woord 'sjalommen' in plaats van 'slalommen'. Ik ben hier pas, dankzij mijn oplettende moeder, achter gekomen. Ik heb besloten het maar te laten staan, het stond wel typisch, vond ik.
Waarom ik dit zo heb geschreven weet ik niet precies, maar ik heb misschien een vermoeden. Vroeger hadden wij een bordje naast de kapstok met 'Shalom' erop. Dit is Hebreeuws en betekent Vrede. Ik dacht altijd dat je het uitsprak als 'Sjaal-om' in plaats van 'Sjaloom'. Hierdoor dacht ik dus dat het bordje er hing om mij eraan te helpen herinneren mijn sjaal om te doen. Door dit bordje klinkt sjalommen voor mij dus heel normaal, en viel het me niet op.
Zo heb ik nog wel meer maffe dingen. Als je goed naar me luistert wanneer ik praat, zul je horen dat ik vaak "Nee wor" en "Ja wor" zeg, in plaats van "Nee hoor" en "Ja hoor". Dit is door toedoen van mijn zusje. Toen ze klein was (dat is ze eigenlijk nog steeds, ze is pas vijf), zei ze altijd 'wor' in plaats van 'hoor'. Ze wist niet beter, en ik heb het dus, niet met opzet, overgenomen.
Ze zegt het trouwens nog steeds.
Ik vraag me wel eens af of het nou heel erg is, dat ik 'wor' en 'sjalommen' zeg. Ik denk toch van niet. Het is een deel van mij en het is niet nodig om te veranderen. Dit soort dingen maken je uniek.
Laten we dus met zijn allen gewoon trots zijn op onze gekke uitspreeksels en genieten van ons uniek zijn. Toevallig is daar helemaal niks mis mee, wor.
Waarom ik dit zo heb geschreven weet ik niet precies, maar ik heb misschien een vermoeden. Vroeger hadden wij een bordje naast de kapstok met 'Shalom' erop. Dit is Hebreeuws en betekent Vrede. Ik dacht altijd dat je het uitsprak als 'Sjaal-om' in plaats van 'Sjaloom'. Hierdoor dacht ik dus dat het bordje er hing om mij eraan te helpen herinneren mijn sjaal om te doen. Door dit bordje klinkt sjalommen voor mij dus heel normaal, en viel het me niet op.
Zo heb ik nog wel meer maffe dingen. Als je goed naar me luistert wanneer ik praat, zul je horen dat ik vaak "Nee wor" en "Ja wor" zeg, in plaats van "Nee hoor" en "Ja hoor". Dit is door toedoen van mijn zusje. Toen ze klein was (dat is ze eigenlijk nog steeds, ze is pas vijf), zei ze altijd 'wor' in plaats van 'hoor'. Ze wist niet beter, en ik heb het dus, niet met opzet, overgenomen.
Ze zegt het trouwens nog steeds.
Ik vraag me wel eens af of het nou heel erg is, dat ik 'wor' en 'sjalommen' zeg. Ik denk toch van niet. Het is een deel van mij en het is niet nodig om te veranderen. Dit soort dingen maken je uniek.
Laten we dus met zijn allen gewoon trots zijn op onze gekke uitspreeksels en genieten van ons uniek zijn. Toevallig is daar helemaal niks mis mee, wor.
woensdag 4 november 2009
De treindummie
Elke dag zijn ze er weer: de onervaren treinreizigers, die wanhopig hard hun best doen om niet als onervaren en dummie over te komen. Strak gezicht, en hopen dat niemand doorheeft dat je eigenlijk nooit met de trein gaat.
En toch vallen ze praktisch altijd door de mand, hetzij door uitspraken, hetzij door acties.
“Goh, het is wel druk zeg. Kan de NS daar niet wat aan doen, ofzo?” Natuurlijk is het druk. Het heet niet voor niets spits. En nee, de NS kan daar niet zoveel aan doen, het is namelijk pas meer dan vijf jaar zo. Het is duidelijk dat dit een onervaren treinreiziger is. Mensen die elke dag met de trein gaan, kijken niet meer op van de drukte. Die proppen zich er gewoon bij, en zeuren niet. Dat heet gewenning.
“Dit vind ik belachelijk, ik heb betaald om te zitten, niet om te staan!” Hier is er weer één. Mijn ouders betalen hartstikke veel geld, elk jaar weer opnieuw, zodat ik kan zitten. En zit ik ’s ochtends? Nauwelijks. Het hoort erbij. Had je maar drie stations eerder in moeten stappen, toen was er nog wel plek. Je leert er mee leven.
“Mijn volgende trein gaat om twee voor acht.” Ook dit is een typische treindummie-uitspraak. De mensen die elke dag met de trein gaan, gaan niet staan bedenken om hoeveel minuten voor het hele uur of hoeveel minuten voor het halve uur de trein gaat. Die zeggen gewoon: “Mijn trein gaat om 58.” En elke ervaren reiziger weet dan hoe laat de trein dus gaat.
Het is 54 (voor de onervaren treinreiziger die dit leest: hier bedoel ik dus 7:54, of zes minuten voor acht mee) en de trein komt binnen op spoor 14. Om 58 gaat een volgende trein, vanaf spoor 19. Iedereen stapt uit, en daar gaat er weer ééntje. Keihard rennen naar spoor 19. Je zal de trein maar missen. Al die mensen die lopen zijn dom, want ja, je hebt maar vier minuten! Ik moet altijd weer een beetje mijn lachen inhouden als ik dan toch ook de trein haal, terwijl ik liep. Elke ervaren treinreiziger weet dat je ruimschoots tijd hebt als je vier minuten hebt om van spoor 14 naar spoor 19 te komen. Je kan vreselijk veel doen in vier minuten.
Er kijkt er eentje bij elk station naar buiten. Als er iets wordt omgeroepen door de intercom spitst hij zijn oren. Straks mis je wat de conducteur omroept. En stiekem, heel stiekem, frommelt hij een papiertje uit zijn zak, met treintijden en stations erop. In de hoop dat niemand doorheeft wat er op het papiertje staat. Jammer. Dat hebben ze altijd wel. Iemand die altijd met de trein gaat kent namelijk zijn route uit zijn hoofd, die luistert niet eens meer naar hetgeen wat omgeroepen wordt.
Daar loop je bijna tegen een treindummie aan, hij kijkt je met een verschrikt hoofd aan. Duidelijk niet gewend aan rennende mensen. Kijk, ervaren treinreizigers zijn heel goed in het sjalommen om de mensen heen, als ze maar één minuut hebben om de trein te halen. Je sprint hierlangs, daar een halve draai om iemand heen, en een stukje verderop spring je vlak voor iemands neus naar rechts. Mensen die elke dag met de trein gaan kijken daar niet meer van op, die doen het zelfs vaak genoeg. Maar de treindummies, die schrikken er elke keer van.
En nu moet je niet denken dat ik iets tegen treindummies hebt. Absoluut niet, ze leveren elke keer weer een gniffel of giechel op. Ik geniet ervan. En stel je bent een onervaren treindummie, schaam je er niet voor. We snappen het wel, ooit zijn wij ook zo begonnen, in een ver, grijs verleden. Het geeft niet. En als je nou wanhopig graag niet door de mand wil vallen, en een ervaren treinreiziger wil lijken: vat dit dan op als een not-to-dolist.
En voor de treindummie die zich wat beter wil voelen: ervaren treinreizigers zijn dan misschien in de trein geen dummies meer, in de bus zijn ze misschien nog wel grotere dummies dan jij in de trein.
En toch vallen ze praktisch altijd door de mand, hetzij door uitspraken, hetzij door acties.
“Goh, het is wel druk zeg. Kan de NS daar niet wat aan doen, ofzo?” Natuurlijk is het druk. Het heet niet voor niets spits. En nee, de NS kan daar niet zoveel aan doen, het is namelijk pas meer dan vijf jaar zo. Het is duidelijk dat dit een onervaren treinreiziger is. Mensen die elke dag met de trein gaan, kijken niet meer op van de drukte. Die proppen zich er gewoon bij, en zeuren niet. Dat heet gewenning.
“Dit vind ik belachelijk, ik heb betaald om te zitten, niet om te staan!” Hier is er weer één. Mijn ouders betalen hartstikke veel geld, elk jaar weer opnieuw, zodat ik kan zitten. En zit ik ’s ochtends? Nauwelijks. Het hoort erbij. Had je maar drie stations eerder in moeten stappen, toen was er nog wel plek. Je leert er mee leven.
“Mijn volgende trein gaat om twee voor acht.” Ook dit is een typische treindummie-uitspraak. De mensen die elke dag met de trein gaan, gaan niet staan bedenken om hoeveel minuten voor het hele uur of hoeveel minuten voor het halve uur de trein gaat. Die zeggen gewoon: “Mijn trein gaat om 58.” En elke ervaren reiziger weet dan hoe laat de trein dus gaat.
Het is 54 (voor de onervaren treinreiziger die dit leest: hier bedoel ik dus 7:54, of zes minuten voor acht mee) en de trein komt binnen op spoor 14. Om 58 gaat een volgende trein, vanaf spoor 19. Iedereen stapt uit, en daar gaat er weer ééntje. Keihard rennen naar spoor 19. Je zal de trein maar missen. Al die mensen die lopen zijn dom, want ja, je hebt maar vier minuten! Ik moet altijd weer een beetje mijn lachen inhouden als ik dan toch ook de trein haal, terwijl ik liep. Elke ervaren treinreiziger weet dat je ruimschoots tijd hebt als je vier minuten hebt om van spoor 14 naar spoor 19 te komen. Je kan vreselijk veel doen in vier minuten.
Er kijkt er eentje bij elk station naar buiten. Als er iets wordt omgeroepen door de intercom spitst hij zijn oren. Straks mis je wat de conducteur omroept. En stiekem, heel stiekem, frommelt hij een papiertje uit zijn zak, met treintijden en stations erop. In de hoop dat niemand doorheeft wat er op het papiertje staat. Jammer. Dat hebben ze altijd wel. Iemand die altijd met de trein gaat kent namelijk zijn route uit zijn hoofd, die luistert niet eens meer naar hetgeen wat omgeroepen wordt.
Daar loop je bijna tegen een treindummie aan, hij kijkt je met een verschrikt hoofd aan. Duidelijk niet gewend aan rennende mensen. Kijk, ervaren treinreizigers zijn heel goed in het sjalommen om de mensen heen, als ze maar één minuut hebben om de trein te halen. Je sprint hierlangs, daar een halve draai om iemand heen, en een stukje verderop spring je vlak voor iemands neus naar rechts. Mensen die elke dag met de trein gaan kijken daar niet meer van op, die doen het zelfs vaak genoeg. Maar de treindummies, die schrikken er elke keer van.
En nu moet je niet denken dat ik iets tegen treindummies hebt. Absoluut niet, ze leveren elke keer weer een gniffel of giechel op. Ik geniet ervan. En stel je bent een onervaren treindummie, schaam je er niet voor. We snappen het wel, ooit zijn wij ook zo begonnen, in een ver, grijs verleden. Het geeft niet. En als je nou wanhopig graag niet door de mand wil vallen, en een ervaren treinreiziger wil lijken: vat dit dan op als een not-to-dolist.
En voor de treindummie die zich wat beter wil voelen: ervaren treinreizigers zijn dan misschien in de trein geen dummies meer, in de bus zijn ze misschien nog wel grotere dummies dan jij in de trein.
dinsdag 3 november 2009
Ode aan de trein
De trein, tja, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee.
Haat omdat ik nu heel goed begrijp hoe koeien, schapen en varkens zich tijdens het vervoer naar hun laatste rustplaats voelen; en liefde omdat me toch elke dag zo’n uur fietsen bespaard wordt.
Kijk, de trein is onzettend fijn (hé, dat rijmt!) om in vervoerd te worden -zolang het buiten de spits is, maar dat laten we op dit moment even buiten beschouwing. Je kunt zitten, en ondertussen is er altijd wat de doen. Je kunt kijken naar je medetreinreizigers, de Metro lezen, muziek luisteren, naar buiten kijken, noem maar op.
Oh, het is zalig om wakker te worden op deze manier, als het rustig is ’s ochtends. Heerlijk relaxt onderuit gezakt zitten, ondertussen een beetje muziek luisteren en langzaamaan opstarten. Dit is veel beter dan gelijk een uur door de kou te moeten fietsen. Kijk, ik moet wel fietsen, maar dat is slechts tien minuten, en daarna heb ik heerlijk zo’n half uur om bij te komen. Zalig. En, natuurlijk, ik kan huiswerk maken in de trein – dat ik dat niet doe, zeggen we er niet bij – en ’s ochtends kan ik nog even naar een vak kijken als ik daar toets over heb – wat ik dan wel weer eens doe. Ik hou van de trein, het is je beste vriend als je in Utrecht op school zit.
Het nadeel van de trein is, dat het niet altijd zo rustig is. Er is ook nog zoiets dat door de ervaren treinreiziger met bibberende stem “De Spits” genoemd wordt. Je zou het ook “De Veevervoertijd” kunnen noemen, het is toch hetzelfde. Je staat opeengepakt, tegen elkaar aangeplakt in de trein, wanhopig wachtend op het station waar iedereen er uit rolt, wat meestal helaas pas Utrecht Centraal is. Je hoopt dat er niet te veel wissels komen, want dan is de trein net zoiets als DominoDay. Zodra er ééntje omrolt, valt iedereen om. En ja, je zal maar net naast die zwetende persoon staan, is ook niet erg lekker.
Plus dat de trein altijd moet wachten voor hij Utrecht Centraal binnen mag rijden (“We rijden op dit moment Utrecht Centraal binnen met een kleine vertraging, excuses voor het ongemak!” Laten die paar minuten nou net uitmaken of ik de trein haal of niet...).
En toch is de spits ook wel leuk. Keihard rennen voor de volgende trein, tussen alle mensen door sjalommen heeft ook wel wat. Je ziet sommigen verschrikt kijken, anderen gaan alvast opzij en weer anderen lopen stoïcijns door.
Hoe dan ook, spits of niet, ik ben eigenlijk wel blij met de trein. Hij bespaart me fietsen door de regen, en geeft me tijd om vast even te relaxen. Er zijn vervelende momenten, maar ik zou er een blog vol over kunnen schrijven, wat ik dan ook prompt doe.
De trein, het is iets om van te houden.
Haat omdat ik nu heel goed begrijp hoe koeien, schapen en varkens zich tijdens het vervoer naar hun laatste rustplaats voelen; en liefde omdat me toch elke dag zo’n uur fietsen bespaard wordt.
Kijk, de trein is onzettend fijn (hé, dat rijmt!) om in vervoerd te worden -zolang het buiten de spits is, maar dat laten we op dit moment even buiten beschouwing. Je kunt zitten, en ondertussen is er altijd wat de doen. Je kunt kijken naar je medetreinreizigers, de Metro lezen, muziek luisteren, naar buiten kijken, noem maar op.
Oh, het is zalig om wakker te worden op deze manier, als het rustig is ’s ochtends. Heerlijk relaxt onderuit gezakt zitten, ondertussen een beetje muziek luisteren en langzaamaan opstarten. Dit is veel beter dan gelijk een uur door de kou te moeten fietsen. Kijk, ik moet wel fietsen, maar dat is slechts tien minuten, en daarna heb ik heerlijk zo’n half uur om bij te komen. Zalig. En, natuurlijk, ik kan huiswerk maken in de trein – dat ik dat niet doe, zeggen we er niet bij – en ’s ochtends kan ik nog even naar een vak kijken als ik daar toets over heb – wat ik dan wel weer eens doe. Ik hou van de trein, het is je beste vriend als je in Utrecht op school zit.
Het nadeel van de trein is, dat het niet altijd zo rustig is. Er is ook nog zoiets dat door de ervaren treinreiziger met bibberende stem “De Spits” genoemd wordt. Je zou het ook “De Veevervoertijd” kunnen noemen, het is toch hetzelfde. Je staat opeengepakt, tegen elkaar aangeplakt in de trein, wanhopig wachtend op het station waar iedereen er uit rolt, wat meestal helaas pas Utrecht Centraal is. Je hoopt dat er niet te veel wissels komen, want dan is de trein net zoiets als DominoDay. Zodra er ééntje omrolt, valt iedereen om. En ja, je zal maar net naast die zwetende persoon staan, is ook niet erg lekker.
Plus dat de trein altijd moet wachten voor hij Utrecht Centraal binnen mag rijden (“We rijden op dit moment Utrecht Centraal binnen met een kleine vertraging, excuses voor het ongemak!” Laten die paar minuten nou net uitmaken of ik de trein haal of niet...).
En toch is de spits ook wel leuk. Keihard rennen voor de volgende trein, tussen alle mensen door sjalommen heeft ook wel wat. Je ziet sommigen verschrikt kijken, anderen gaan alvast opzij en weer anderen lopen stoïcijns door.
Hoe dan ook, spits of niet, ik ben eigenlijk wel blij met de trein. Hij bespaart me fietsen door de regen, en geeft me tijd om vast even te relaxen. Er zijn vervelende momenten, maar ik zou er een blog vol over kunnen schrijven, wat ik dan ook prompt doe.
De trein, het is iets om van te houden.
Verwondering
Soms, als ik in de trein zit, zie ik een zwangere vrouw zitten. Met een mooi rond en bol buikje zit ze daar. Meestal haar arm beschermend om haar buik heen. Om de een of andere reden fascineert ze me. Ik ben benieuwd naar wat er in haar hoofd omgaat; of ze stilletjes verschillende namen zitten te bedenken, of aan haar eerste dagen met haar kindje denkt.
Ik kan me enigszins indenken hoe ze zich moet voelen. Zo'n zes jaar geleden kreeg ik te horen dat ik nog een broertje of zusje zou krijgen. Ik was door het dolle heen.
Maandenlang fantaseerde ik over het moment dat ik de klas ik kon lopen en kon zeggen: "Ik heb een broertje!" of: "Ik heb een zusje!". Vier jaar geleden kreeg ik het bericht opnieuw, en weer waren er die maanden van verwondering, over de groei van mijn moeders buik, en de hoop op het moment dat het kindje er was.
Het moet een tijd van verwondering en fascinatie zijn, de tijd dat er een kindje in je buik groeit. Ik vond dat al toen mijn zusjes (ja, uiteindelijk waren het allebei meisjes) in mijn moeders buik zaten, dan moet het helemaal fascinerend zijn als het in je eigen buik gebeurd!
Ik kan er met verwondering naar kijken: het idee, dat die vrouw die daar zit, met een kindje in haar buik zit. Ik heb het zelf van dichtbij meegemaakt en hierdoor kijk ik met een warm gevoel van binnen naar zwangere vrouwen. Ik ben heel benieuwd, hoe lang zou ze nog moeten? Wat voor namen heeft ze bedacht? Wat zou ze denken? Waarom zou ze zo zachtjes glimlachen?
Diep vanbinnen weet ik het: Ze geniet van het kindje in haar buik...
Ik kan me enigszins indenken hoe ze zich moet voelen. Zo'n zes jaar geleden kreeg ik te horen dat ik nog een broertje of zusje zou krijgen. Ik was door het dolle heen.
Maandenlang fantaseerde ik over het moment dat ik de klas ik kon lopen en kon zeggen: "Ik heb een broertje!" of: "Ik heb een zusje!". Vier jaar geleden kreeg ik het bericht opnieuw, en weer waren er die maanden van verwondering, over de groei van mijn moeders buik, en de hoop op het moment dat het kindje er was.
Het moet een tijd van verwondering en fascinatie zijn, de tijd dat er een kindje in je buik groeit. Ik vond dat al toen mijn zusjes (ja, uiteindelijk waren het allebei meisjes) in mijn moeders buik zaten, dan moet het helemaal fascinerend zijn als het in je eigen buik gebeurd!
Ik kan er met verwondering naar kijken: het idee, dat die vrouw die daar zit, met een kindje in haar buik zit. Ik heb het zelf van dichtbij meegemaakt en hierdoor kijk ik met een warm gevoel van binnen naar zwangere vrouwen. Ik ben heel benieuwd, hoe lang zou ze nog moeten? Wat voor namen heeft ze bedacht? Wat zou ze denken? Waarom zou ze zo zachtjes glimlachen?
Diep vanbinnen weet ik het: Ze geniet van het kindje in haar buik...
Abonneren op:
Reacties (Atom)